Onder hydrotherapie wordt verstaan het uitwendig gebruik van water in verschillende vormen (vloeibaar, gasvormig), onder verschillende druk en met verschillende temperatuur, voor therapeutische doeleinden.

(Dijkstra, 1976)

Reeds in de Griekse, maar vooral in de Romeinse tijd werd water als “geneesmiddel” gebruikt.  Volgens de oude geschriften waren het voornamelijk de reumatische aandoeningen die met hydrotherapie werden behandeld. 

Eind 18e, begin 19e eeuw, ontwikkelde de hydrotherapie zich tot een meer algemene geneeswijze.  Zo ontstond een geneeswijze die nu op honderden plaatsen in Europa toegepast wordt.  Vooral in Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk.

(Boschma, 1975, Dijkstra, 1976)

De hydrotherapie die in aanmerking komt voor de revalidatie van proximale humerusfracturen en hemiprothese is deze van de oefentherapie.  De hoofdzaak van deze oefentherapie ligt bij het mobiliseren van de aangedane- en niet-aangedane arm d.m.v. het oefenen van de schoolslagbeweging (als basis oefening).  Tevens kan er ook spierversterkend gewerkt worden bij verzwakte spieren of bij een herstellend zenuwletsel. 

Overzicht

Fysische aspecten van water

n de hydrotherapie wordt warm en koud water gebruikt. In het algemeen wordt met warmte aangeduid de temperaturen hoger dan die van de huid en met koude de temperaturen die onder de temperatuur van de huid liggen.

Omdat de temperatuurswaarneming subjectief  is (afh. van koude-, warmtegraad, warmtegeleiding, tijdsduur, persoon in rust of beweging, constitutietypen) zijn er vaste waarden opgesteld.  Koude: lager dan 30°C, warmte: 36°C tot 37°C, heet: 40°C tot 45°C.

In het Virga Jesse Ziekenhuis bedraagt de temperatuur van het bad om en bij de 30°C.

(Gillert, 1975)

De lichaamsfuncties van de mens zijn ingesteld op de hem omringende luchtdruk (760 mm Hg).  Afwijkingen van deze druk kunnen storingen veroorzaken.  Gezonde personen zullen deze verandering van druk pas waarnemen wanneer deze luchtdruk hevig verandert  (vb. vliegen op grote hoogte).

Wanneer een persoon zich in water bevindt, dan werkt de druk van het hem omringende water als een bijkomende druk, die toeneemt met de diepte.  Dit heeft zijn inwerking op de ademhaling, hartwerking en circulatie.  Zo zal, als met tot aan de heupen in het water staat, de afvoer van het bloed afkomstig van de onderste ledematen bevorderd worden door de hydrostatische druk.  De druk op borst en buik bevordert de uitademing maar bemoeilijkt de inademing.

Volgens de wet van Archimedes ondervindt ieder lichaam in water een opwaartse kracht, gelijk aan het gewicht van het volume van het veplaatste water.

Wanneer een persoon in het water ligt, weegt hij slechts iets meer dan de door hem verplaatste hoeveelheid water.  Volgens Strasburger (Gillert, 1975) weegt een persoon in een volbad ongeveer 10% van zijn feitelijk gewicht.  Hoe meer er van het lichaam boven het water steekt, des te zwaarder wordt men in verhouding tot het water. 

Deze opwaartse kracht van het water is één van de belangrijkste aspecten in de revalidatie van schouderfracturen en prothesen.  De patiënt kan zelf veel vlugger actief bewegen in het water dan op het droge doordat de schouder minder zwaar belast wordt. 

Wanneer een lichaam door het water wordt bewogen, dan moet daarbij een weerstand overwonnen worden.  Deze weerstand wordt groter naarmate men sneller beweegt en naarmate het aanrakingsvlak groter wordt.  Zo zal bij het bewegen met zwemvliezen de weerstand groter zijn dan zonder zwemvliezen.  Als we de beweging langzaam uitvoeren i.p.v. snel, zal de langzaam uitgevoerde beweging minder moeilijk zijn.

Deze wrijvingsweerstand kan benut worden als spierversterkende oefentherapie, nadat de gewrichtsmobiliteit hersteld is. 

Door het aanwenden van mechanische factoren (straaldouche) kan de temperatuurprikkeling op de huidvaten beïnvloed worden. 

Deze vorm van hydrotherapie komt niet in aanmerking voor P.H.F.

Chemische stoffen in het water hechten zich vast op de huid, waardoor er via reflectoire weg een verder inwerking plaatsvindt. 

Deze chemische baden zijn ook niet van toepassing in het revalidatieschema van P.H.F.

Onderwateroefentherapie

De oefentherapie houdt in dat de patiënt in een zwembad  in stand, zit of lig, plaatsneemt.  Voor de revalidatie van schouderletsels geeft men de voorkeur aan de liggende houding.  De watertemperatuur is +/- 30°C en moet aangenaam ervaren worden. 

De grootste indikatie voor het gebruik van hydrotherapie ligt in het feit dat de oorspronkelijke therapie niet voldoende voldeed aan de vooropgestelde verwachtingen.  Deze beslissing is louter empirisch gefundeerd.  Het gebruik van hydrotherapie hangt ook in grote mate af van de welwillendheid van de patiënt en hun motivatie.  (vele patiënten hebben vb. angst voor water).

Hydrotherapie voor de schouder vervangt niet het traditionele revalidatieprogramma, het is een aanvulling van het programma.

(Speer K., 1993)

 

Veel patiënten moeten terug “leren” om hun schouder te bewegen, wat vergelijkbaar is met het revalidatieprogramma van een knieletsel.  Een dankbaar instrument voor quadiceps inhibitie is het gebruik van biofeedback.  Een vermoeden van de auteur gaat uit naar het feit dat de hydrostatische druk een soort van drukkous vormt rond de schouder.  Deze druk geeft een stimulatie van de proprioceptoren van de huid zodat deze prikkels zouden gaan werken als een biofeedback systeem.

(Draper V., 1990)

 

Het uitvoeren van de oefeningen in het water vormt een overgang voor het oefenen op het droge, en tegen de zwaartekracht.  Door het lagere gewicht van de arm in water is de patiënt in staat om sneller de arm actief te bewegen, in een veilig milieu. 

Hydrotherapie is hierdoor een perfecte overgang naar het oefenen op het droge.

De patiënten zien in het water dat ze hun schouder kunnen bewegen, in alle vlakken.  De patiënten kunnen in het water met minder “PIJN” bewegen.  Ze zien onmiddellijk vooruitgang in het water, wat een grotere impact heeft op hun motivering.  Hierdoor haken ze minder snel af en zijn ze meer gemotiveerd om het hele revalidatieprogramma te blijven volgen.

De toegepaste oefeningen in het Virga Jesse Ziekenhuis worden hier niet afzonderlijk besproken.

Besluit

Het toepassen van hydrotherapie geeft een bijkomende dimensie aan het revalidatieschema.  Het grote voordeel is dat de patiënten in een veilig milieu kunnen oefenen.  Dit geeft dan weer een psychologische stimulans doordat de mensen zien dat ze hun schouder reeds actief kunnen bewegen in een vroeg stadium van de revalidatie.

De opwaartse kracht van het water helpt de patiënten om actief de schouder te bewegen.  Een algemeen gegeven zegt ons dat als je actief kan bewegen, je zeker actief moet bewegen en dat je niet passief moet blijven verder werken.  

Bibliografie

BOILEAU, P., Prothese d’epeaule, Tournier, 1994 (videoband Orthogèse, Brussel).

BOSCHMA, J.C., Oefentherapie in water, H.D. Tjeek Willink bv., Groningen, 1975.

DIJKSTRA, D.A., Basiscursus revalidatie, Erasmus universiteit, Rotterdam, 1976.

DRAPER, V., Electromyographic feedback and recovery of quadriceps femoris muscle function following anterior cruciate ligament surgery.  In: Physical therapy, (1990), 70, p. 11-17.

GILLERT, O., Hydrotherapie en balneotherapie, De tijdstroom, Lochem, 1975.

SPEER K., CAVANAUGH J.T. e.a., A rol for hydrotherapy in shoulder rehabilitation.  In: The American Journal of Sports Medicine, 21, (1993), 6, p. 850-853.